Het logboek

Een logboek geeft inzicht in de werkelijke staat en de bedrijfstoestand van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie. Bij een calamiteit kunnen brandweer en verzekeraars de logboeken raadplegen. In een logboek moet de beheerder brandmeldinstallatie verslag doen van alle gebeurtenissen rond het functioneren van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie. In dit logboek wordt snel duidelijk of er sprake is van nalatigheid.

Is dat het geval, dan kunt u als eigenaar zelfs hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden.

Wie levert het logboek.
Na de aanleg en voor de ingebruikname van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie heeft het branddetectiebedrijf de installatie overgedragen aan de opdrachtgever/gebruiker.

Bij deze overdracht heeft het branddetectiebedrijf een logboek geleverd waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:

  • registratieformulieren waarop aantekeningen kunnen worden gemaakt van het beheer, de controle en het onderhoud volgens NEN 2654-1 en 2;
  • bedieningsvoorschriften en handleiding in de Nederlandse taal;
  • installatieplattegronden, blokschema’s en functiematrixen;
  • PvE (door bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen BMI en OAI);
  • berekening van het maximale aantal ongewenste en onechte meldingen;
  • instructies voor de beheerder/gebruiker en alarmorganisatie;
  • rapportages met betrekking tot oplevering en onderhoud;
  • certificaten van de installatie en gebruikte componenten en/of verklaringen van conformiteit;
  • verslag van eventueel gehouden proefbranden;
  • onderhoudscontract;

Daarbij moet het logboek ook de volgende informatie bevatten:

  • naam van de beheerder of diens plaatsvervanger tijdens afwezigheid;
  • naam van de persoon of personen die de brandmeldinstallatie in het dagelijks gebruik bedient of bedienen;
  • naam en contactgegevens van het bevoegde gezag;
  • naam en contactgegevens van het branddetectiebedrijf;
  • naam van de onderhouder, met adres en telefoonnummer van het aangewezen storingsmeldpunt;
  • naam, telefoonnummer en aansluitnummer ontvangstations voor brand- en/of storingsmeldingen.

Het bijhouden van het logboek
Het logboek moet strikt chronologisch worden bijgehouden, vanaf de oplevering van de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie tot aan de gebruiksbeëindiging.

Het bijhouden van het logboek moet gebeuren volgens de NEN 2654-1 en 2 en is de verantwoordelijkheid van de beheerder en de onderhoudsdeskundige; elk binnen de eigen grenzen.

Alle werkzaamheden, zoals preventief onderhoud, controle en correctief onderhoud, installatietechnische aanpassingen, maar ook alle handelingen die verricht zijn aan de brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie, zoals het in- en uitschakelen van melders of groepen moeten direct na het afronden van de werkzaamheden in het logboek worden vermeld.

Het logboek moet te allen tijde actueel zijn en voor de beheerder, onderhouder en het bevoegde gezag toegankelijk zijn.

Voor aanvang van de maandelijkse controle / 4 en 8-maandelijkse controle en het jaarlijks onderhoud moet de gebruiker het logboek met de relevante documenten aan uw beheerder van uw brandveiligheidsinstallaties of de onderhouder beschikbaar stellen.