Is beheer, controle en onderhoud van uw brandmeld – en ontruimingsalarminstallatie verplicht?

Ja, daar kunnen we kort over zijn, dat is verplicht.
Een brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie in een gebouw moeten in nominale staat blijven werken en kan alleen effectief blijven functioneren wanneer het beheer, de controle en het onderhoud van de installatie op de juiste wijze plaatsvinden.

De wet schrijft via het bouwbesluit voor dat een brandmeld- en ontruimingsinstallatie respectievelijk moet worden onderhouden volgens de NEN 2654 deel 1 en deel 2.

Daarbij dient er aangetoond te worden dat een gediplomeerd persoon maandelijks adequaat de brandmeld – en ontruimingsalarminstallatie beheerd en controleert.

In de betreffende delen van de NEN 2654 is vastgelegd hoe het beheer, controle en onderhoud van uw brandmeld – en ontruimingsalarminstallatie moet worden uitgevoerd en dat de beheerder en onderhouder moet beschikken over de noodzakelijk vakbekwaamheid van die installaties.

Ieder gebouw met een brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie moet maandelijks worden gecontroleerd.

De controle van deze installaties dient uitgevoerd te worden door een beheerder brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie afgekort BBMI/BOAI. In het verleden en daarom in de volksmond ook wel “opgeleid persoon” genoemd.

Het beheer, controle en onderhoud van uw brandmeld – en ontruimingsalarminstallatie is als volgt onderverdeeld:

  • 9 keer een maandelijkse controle door de beheerder;
  • 2 keer een 4 en 8-maandelijkse controle door de beheerder;
  • elke 12 maanden na oplevering een jaarlijks onderhoud uitgevoerd door een erkend branddetectie en ontruimingsalarm onderhoudsbedrijf.

Alle gebeurtenissen, de uitgevoerde maandelijks controle en het uitgevoerde onderhoud samenhangend met het functioneren van de brandmeld-, en/of ontruimingsinstallatie, moeten door de beheerder van de installatie in het logboek worden bijgehouden.

Aansprakelijkheid bij nalatigheid
Indien er binnen het gebouw of complex waar een installatie aanwezig is zich een calamiteit heeft voorgedaan, kunnen de logboeken worden opgevraagd en ingezien door de brandweer, bevoegd gezag, justitie en verzekeringsmaatschappijen. Indien de controles niet of gedeeltelijk zijn uitgevoerd kan er sprake zijn van nalatigheid en is het mogelijk dat de gebruiker of eigenaar van het gebouw hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld.